Verhaalbaarheid van advocatenkosten

1. het verhalen van de kosten van de advocaat op de verliezende partij: geen
sinecure.
In vergelijking met de ons omringende
landen bleek België eerder een eenzaat te zijn waar het principe van ‘elke
partij draagt zijn eigen advocatenkosten’ nog van toepassing bleek te zijn.
Een uitzondering hierop waren de bij Wet bepaalde rechtsplegingsvergoedingen
die door de rechtbanken en Hoven van beroep werden toegekend en die een
kleine tegemoetkoming moesten uitmaken van de ‘invorderbare kosten wegens
het verrichten van bepaalde materiële akten’, waaronder de kosten en
erelonen van de advocaat werden geacht te zijn begrepen. Deze geïndexeerde
bedragen lagen gemiddeld tussen de 61,97 euro en de 371,84 euro voor
procedures voor de Vrederechters, rechtbanken van eerste aanleg en
rechtbanken van koophandel en tussen de 247,89 euro en de 495,79 euro voor
de hoven van beroep. Onnodig te stellen dat deze bedragen de kosten van uw
advocaat niet konden dekken.
De vraag of de erelonen van de
raadsman het voorwerp uitmaken van de schade waartoe een verliezende partij
dient te worden veroordeeld, heeft de laatste jaren het voorwerp uitgemaakt
van veel – meestal tegenstrijdige – rechtspraak.
Het Hof van Cassatie besliste in haar
arrest van 2 september 2004 (C.01.0186.F), dat een ommekeer in zijn
rechtspraak uitmaakte, dat « de aan de schuldeiser verschuldigde
schadevergoeding, met toepassing van artikel 1151 [van het Burgerlijk
Wetboek], alleen hetgeen een noodzakelijk gevolg is van het niet uitvoeren
van de overeenkomst moet omvatten » en « het honorarium en de kosten van een
advocaat of van een technisch raadsman die de benadeelde van een
contractuele fout heeft betaald, een vergoedbaar element van zijn schade
kunnen vormen, in zoverre zij dat noodzakelijke karakter vertonen
».
De rechtbanken en hoven bleken dan
weer het noodzakelijk karakter op diverse wijzen te interpreteren, zodat het
voornoemde arrest van het Hof van Cassatie verdere tegenstrijdige
rechtspraak niet kon voorkomen.
In een arrest van 19 april 2006 (nr.
57/2006) besliste het Grondwettelijk Hof vervolgens dat er geen algemene (wettelijke)
bepalingen bestonden die de rechter in staat zouden stellen het ereloon en
de kosten van een advocaat ten laste te leggen van de verliezende partij en
dat de Belgische wetgever hier dringend aan diende te verhelpen.
2. de wet van 21 april 2007
verhaalbaarheid honoraria
Dat de algemene regel zou zijn en zou
blijven dat de kosten van verdediging ten laste van die partij blijven die
de kosten heeft gemaakt, en dat het Gerechtelijk Wetboek niet zou voorzien
in de verhaalbaarheid van de advocatenkosten, is thans achterhaald.
In het Belgisch staatsblad van 31 mei
2007 verscheen de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van
de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat, dewelke
uiterlijk op 01.01.2008 van toepassing zal zijn.
Via een gewijzigde definitie van het
begrip rechtsplegingsvergoeding en het verhogen van de concrete cijfers van
de rechtsplegingsvergoedingen via een later koninklijk besluit, kan voortaan
gesteld worden dat de verliezende partij een aanzienlijke meerkost zal
dienen te dragen bij verlies van gerechtelijke procedures.
De rechtsplegingsvergoeding blijft
een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de
advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Het is dus nog steeds geen
volledige dekking van de kosten van uw advocaat !
3. het koninklijk besluit

Op 12.10.2007 keurde de ministerraad
het ontwerp van koninklijk besluit verhaalbaarheid van kosten voor
rechtspleging goed en werden volgende nieuwe concrete tarieven vastgelegd.
Meteen wordt voorzien in het optrekken van de wettelijke
rechtsplegingsvergoeding naar bedragen die meer aansluiten bij de werkelijk
gemaakte advocatenkosten.
In dit koninklijk besluit worden volgende nieuwe
rechtsplegingsvergoedingen vooropgesteld:
·
Voor niet in geld waardeerbare zaken: 1.200,00 euro
(voorheen 185,92 euro)
·
Voor in geld waardeerbare zaken:
|
tot 250,- euro: |
150,- euro |
|
van 250,01 euro tot 750,- euro: |
200,- euro |
|
van 750,01 euro tot 2.500,- euro: |
400,- euro |
|
van 2.500,01 euro tot 5.000,- euro: |
650,- euro |
|
van 5.000,01 euro tot 10.000,- euro: |
900,- euro |
|
van 10.000,01 euro tot 20.000,- euro: |
1.100,- euro |
|
van 20.000,01 euro tot 40.000,- euro: |
2.000,- euro |
|
van 40.000,01 euro tot 60.000,- euro: |
2.500,- euro |
|
van 60.000,01 euro tot 100.000,- euro: |
3.000,- euro |
|
van 100.000,01 euro tot 250.000,- euro: |
5.000,- euro |
|
van 250.000,01 euro tot 500.000,- euro: |
7.000,- euro |
|
van 500.000,01 euro tot 1.000.000,- euro: |
10.000,- euro |
|
meer dan 1.000.000,01 euro: |
15.000,- euro |
4.
mogelijke afwijkingen
Voormelde standaardtarieven zijn
evenwel niet absoluut. Zij kunnen gevoelig verminderd worden, maar
zij kunnen ook verdubbeld worden. Er wordt inderdaad in een systeem voorzien
waarbij de rechter de keuze heeft uit verschillende forfaitaire bedragen die
hij kan opleggen aan de verliezende partij al naargelang de omstandigheden
van de zaak, zo onder andere :
-
de financiële draagkracht van de verliezende partij
-
de complexiteit van de zaak
-
de contractueel bepaalde vergoedingen
-
het kennelijk onredelijk karakter van de situatie
De minimum en maximumtarieven zijn de
volgende:
·
Voor niet in geld waardeerbare zaken: minimum 75,00 euro
(voorheen 61,97 euro) en maximum 10.000,00 euro (voorheen
371,84 euro)
·
Voor in geld waardeerbare zaken:
|
tot 250,- euro: |
75,- euro |
300,- euro |
|
van 250,01 euro tot 750,- euro: |
125,- euro |
500,- euro |
|
van 750,01 euro tot 2.500,- euro: |
200,- euro |
1.000,- euro |
|
van 2.500,01 euro tot 5.000,- euro: |
375,- euro |
1.500,- euro |
|
van 5.000,01 euro tot 10.000,- euro: |
500,- euro |
2.000,- euro |
|
van 10.000,01 euro tot 20.000,- euro: |
625,- euro |
2.500,- euro |
|
van 20.000,01 euro tot 40.000,- euro: |
1.000,- euro |
4.000,- euro |
|
van 40.000,01 euro tot 60.000,- euro: |
1.000,- euro |
5.000,- euro |
|
van 60.000,01 euro tot 100.000,- euro: |
1.000,- euro |
6.000,- euro |
|
van 100.000,01 euro tot 250.000,- euro: |
1.000,- euro |
10.000,- euro |
|
van 250.000,01 euro tot 500.000,- euro: |
1.000,- euro |
14.000,- euro |
|
van 500.000,01 euro tot 1.000.000,- euro: |
1.000,- euro |
20.000,- euro |
|
meer dan 1.000.000,01 euro: |
1.000,- euro |
30.000,- euro |
5. in welke zaken van toepassing ?
De nieuwe regeling geldt voor alle
burgerlijke procedures met uitzondering van de procedures voor het Hof
van Cassatie.
De nieuwe regeling geldt voortaan
ook in strafzaken, zij het dat het beperkt is tot de relaties tussen
de beklaagde en de burgerlijke partij. Een burgerlijke partij kan van
een beklaagde die wordt veroordeeld voortaan ook een rechtsplegingvergoeding
vorderen, maar een beklaagde die omgekeerd wordt vrijgesproken kan dat ook
vorderen van de burgerlijke partij indien die burgerlijke partij zelf de
strafvordering heeft doen opstarten door middel van een rechtstreekse
dagvaarding. Voorheen kon nooit enige rechtsplegingsvergoeding worden
gevraagd in strafzaken.
De nieuwe regeling geldt NIET voor
administratieve procedures (zoals voor de Raad van State) of procedures voor
het Grondwettelijk Hof.
Er gelden tevens uitzonderingen voor
specifieke procedures voor de arbeidsrechtbanken waar de overheid of de
kwestieuze instelling steeds in de kosten worden verwezen.
6. inwerkingtreding
Deze nieuwe forfaitaire bedragen
treden in werking op 1 januari 2008, zowel voor de nieuwe procedures
als voor alle lopende procedures!
7. de werkelijke kosten
De wet van 2 augustus 2002 inzake
betalingsachterstand die voorziet in een vergoeding voor de werkelijk
geleden schade, werd niet afgeschaft, zodat mogelijks op basis van die wet
betalingsachterstand nog zal kunnen worden overgegaan tot invordering van
alle bijkomende werkelijk geleden kosten en schades zoals de kosten van
technische raadslieden, doch mogelijks ook hogere kosten en erelonen van
de advocaat dan deze die voorzijn zijn in het forfaitaire systeem van de
rechtsplegingsvergoeding.
Het is evenwel afwachten hoe de
rechtbanken hieromtrent zullen oordelen. Wellicht zal de combinatie van
beide wetgevingen niet worden aanvaard. De rechter zal oordelen.
8. besluit
Lichtzinnig procederen zal enerzijds
afnemen – gelet op de mogelijks zeer hoge rechtsplegingsvergoedingen waartoe
een verliezende partij bovenop elke andere veroordeling zal kunnen worden
veroordeeld, maar wellicht zal anderzijds ook procederen voor partijen die
het gelijk aan hun kant hebben goedkoper worden – gelet op het gegeven dat
de verliezende partij voortaan een aanzienlijke rechtplegingsvergoeding zal
dienen te betalen. De thans voorliggende forfaitaire bedragen leunen dichter
aan bij de realistische kost van de advocaat.
Mocht u hieromtrent nog vragen hebben,
dan kan u ons gerust contacteren.
U kan zich op onze web site
www.daedalius.be tevens inschrijven op de
nieuwsbrief, via dewelke wij onze cliënten rechtstreeks op de hoogte houden
van relevante nieuwe wetgeving en / of rechtspraak.
Filip DEVOS
Koen LIPS